Skip to main content

Wat zijn entiteiten?

Onderstaand voorwoord schreef ik in 2007 bij de heruitgave van het boek ‘Dertig jaren onder de dooden’ van Carl A. Wickland uit 1937. Het boek zou door een Duitse uitgever op de Nederlandse markt worden gebracht. Als je alvast meer wilt lezen over het onderwerp, lees dan: ‘People who dont know they’re dead’ van Gary Leon Hill, ‘The unquiet dead’ van Edith Fiore, ‘Spirit releasement therapy’ van William Baldwin of ‘Ongenode gasten’ van Pieter Wieringa. Overigens tref ik bij cliënten niet alleen de energie van overledenen aan maar ook wel eens van natuurgeesten. Soms raken die zomaar verstrikt in de aura van een levend mens dat een boswandeling maakt………………

Tot een jaar of zeven geleden, voordat ik aan de studie hypno- en regressietherapie begon, had ik nog nooit van de begrippen ‘entiteiten’, ‘aanhechtingen’, ‘meelifters’ of ‘obsessoren’ gehoord. Toen ik er tijdens deze studie mee in aanraking kwam, ging er een onbekende wereld voor mij open. In eerste instantie vond ik het beangstigend dat er een onzichtbare wereld is, bevolkt met allerlei soorten onbelichaamden, die ons doen en laten kunnen beïnvloeden doordat zij zich in onze aura of ons lichaam vestigen. Nu ik enkele jaren als therapeut aan de slag ben, merk ik dat het beangstigende van de situatie voornamelijk aan hun kant zit, je zult maar in verwarring zijn, niet gezien en gehoord worden en niet weten wat je te doen staat!

Toen ik door een collega op het boek van dr. Carl Wickland gewezen werd en er na enige moeite zelfs een exemplaar (uit 1937) van op de kop kon tikken, werd ik gegrepen door de praktijkverhalen van deze psychiater. Het meest aangrijpende vond ik het feit dat er zoveel mensen overlijden die geen idee hebben wat ze daarna moeten doen, die in de volle overtuiging geleefd hebben dat er niets is na de dood en dan, na bijvoorbeeld een zelfmoord, ontdekken dat ze er nog steeds zijn! De eenzaamheid, verwarring en ontzetting die zich dan voordoen moeten toch afschuwelijk zijn. Geen wonder dat ze dan de eerste de beste die hen aanstaat aanklampen om bij een levende ander te zijn. En dan zitten ze vast, hun ontwikkeling staat stil, maar ze zijn niet meer alleen……………..

In mijn praktijk voor hypnotherapie werk ik met mensen van verschillende leeftijden en met verschillende problemen, psychisch en/of lichamelijk. In een van de eerste sessies check ik samen met de cliënt of er misschien sprake is van een of meer ‘aanhechtingen’. Een aantal aanwijzingen dat er eventueel energie van anderen in het spel is, vind ik vaak al tijdens de intake. Zulke aanwijzingen kunnen zijn: sterke stemmingswisselingen, depressies of suïcidale neigingen, verslavingsproblematiek, het horen van stemmen, energieverlies, het gevoel zichzelf niet onder controle te hebben, emoties zoals bijvoorbeeld angst, woede, schuldgevoel en diverse lichamelijke klachten. Ook wanneer cliënten vertellen dat zij onder narcose zijn geweest, traumatische gebeurtenissen hebben meegemaakt of transplantaties hebben ondergaan en daarna andere gewoontes of gevoelens hebben, kan gedacht worden aan de aanwezigheid van energie van anderen. Bij dit soort gebeurtenissen ontstaan soms gaten in de aura en is men makkelijker bereikbaar voor entiteiten.

Als de cliënt tijdens de sessie in een lichte trance is gebracht, kan er via hem of haar met de eventuele aanwezige entiteiten contact gemaakt worden. Vaak zijn de meeste entiteiten zeer bereid, zodra zij zich bewust zijn dat ze zich in andermans aura bevinden, om hun eigen weg te vervolgen en zich los te maken. Meestal blijven er een aantal over die meer aandacht behoeven, die zich verstoppen, verzetten of ontkennen dat zij er zijn. Via de cliënt kan een therapeut, net zoals dr. Wickland deed, een gesprek met deze entiteit voeren. Bij de cliënt verandert dan vaak, voor de duur van dit gesprek, de gezichtsuitdrukking, de houding en de stem. De cliënt, in een ander bewustzijn, beleeft dit tegelijkertijd mee. De verhalen van de entiteiten die zich dan ontvouwen zijn zeer verschillend, maar de overeenkomst zit meestal in het zich volkomen onbewust zijn van het feit dat men zelf geen lichaam meer heeft .

Vooral bij overleden kinderen ontroeren dit soort verhalen de cliënt en mij zeer. Stel je voor, je bent een jaar of drie, je speelt op de trap, valt naar beneden, staat na een tijdje weer op en bent dan voor je ouders onzichtbaar en onhoorbaar. Zij zijn heel verdrietig, niet meer voor jou te bereiken en je gaat, omdat je niets anders weet te doen, dwalen. Komt er dan iemand in je buurt die misschien ook verdrietig en alleen is, of kind, dan word je door die energie aangetrokken en blijf je daar, voor onbepaalde tijd, bij ‘hangen’.

Of je bent een volwassen man, werkt aan het dak van je huis, valt van de ladder, staat op en gaat naar binnen en even liggen. Tot je verbijstering worden je spullen wat later je huis uitgebracht en trekt een onbekend gezin in jouw huis. Woedend om zoveel onrecht maak je deze indringers dag in dag uit het leven zuur in de hoop dat ze je huis weer uitgaan. Pas vele jaren later hoor je van een onbekende die opeens het woord tot jou richt, dat je na die val van de ladder bent overleden, zonder dat je dat gemerkt hebt. Eerst ontken je dat met alle kracht, maar als je dan eens goed kijkt en voelt of het lichaam waar je in woont wel het jouwe is, dan dringt het tot je door: je lichaam is er niet meer. Wat een enorme schrik! Ook kan het zijn dat jou zo’n enorm onrecht is aangedaan, een moord of een ander vreselijk feit, dat je de moordenaar nooit meer ‘loslaat’ en hem niet toestaat een onbezorgd leven te leiden. Of je hebt zoveel misdaden tegen de mensheid begaan, dat het een schrikbeeld is om ‘naar het licht’ te gaan, en daar jouw slachtoffers te ontmoeten. Bij de aarde blijven hangen lijkt dan een beter idee.

Vaak blijkt uit de verhalen dat iemand zeer snel is overleden, bijvoorbeeld door een ongeluk, of ongemerkt is overleden, bijvoorbeeld door verdoving of in de slaap, en dat daardoor het sterfmoment niet bewust werd meegemaakt. Het boek van Carl Wickland staat vol met dit soort verhalen, die destijds ook vaak gecheckt konden worden op hun inhoud.

Anders dan toen dr. Wickland met zijn patiënten werkte, kan tegenwoordig via een cliënt in lichte trance al contact gemaakt worden met deze entiteiten. Dit is een veel vriendelijker manier om hen te bereiken en een eind te maken aan een nare manier van voortbestaan. Na een kort of lang gesprek, met onwil, verwarring en verzet of juist met grote opluchting en inzicht van de entiteit, komen cliënt en entiteit meestal tot de conclusie dat deze toestand niet optimaal is voor beiden. Een mooie manier van vertrek voor de entiteit is dan door de vraag te stellen of er iemand aan de ‘andere kant’ is die hem of haar wil ophalen en meenemen. Vaak is er wel iemand die geliefd is en men hoeft dan maar aan deze persoon te denken, of deze ouder, grootouder of geliefde komt al voor de entiteit in beeld en neemt hem/haar mee. De cliënt, die innerlijk afscheid neemt van een aanwezigheid die er misschien al zijn hele leven was, voelt bij dit vertrek vaak een verandering in zijn lichaam. Alsof er een druk of spanning, of een heel vertrouwd gevoel verdwijnt.

Komt er bij de entiteit niemand op die zou kunnen helpen (soms is men zo verbitterd of vereenzaamd gestorven dat er met niemand meer contact was), dan is het aanroepen van een lichtwezen voldoende om de entiteit liefdevol te begeleiden naar een plek waar heling kan plaatsvinden.

Het contact tussen cliënt en entiteit is niet altijd negatief. Het kan zijn dat men jarenlang getroost is geweest door de aanwezigheid van een ander en dat men gehecht is geraakt aan elkaar. Een broer die nog steeds waakt over zijn zuster, of een moeder die haar kind niet los kan laten. Toch is het voor iedereen beter om in een eigen lichaam te leven en meestal vertrekt de entiteit uiteindelijk wel. Het belang van het boek van dr. Wickland zit voor mij in de herhaalde boodschap van de door hem beschreven entiteiten: vertel iedereen dat er leven is na de dood zodat men zich daar op kan voorbereiden. Laat mensen weten dat er voor ieder die overlijdt hulp, in de vorm van geliefde familieleden of lichtwezens, klaarstaat om hen naar het licht te begeleiden en wegwijs te maken aan de andere kant. Ook als je in je leven daden hebt verricht die door de maatschappij zeer afgekeurd werden, is er aan de andere kant liefde en heling.

Naast het belang van deze mededelingen van entiteiten geeft dit boek een boeiend tijdsbeeld weer. Ook de verhalen die ik te horen krijg zijn soms als het openslaan van een geschiedenisboek, zomaar een kijkje in een andere tijd. Als wij meer zouden openstaan voor alles dat zich onzichtbaar om ons heen bevindt, als we het niet direct zouden afwijzen en afdoen als onmogelijk, als we zouden accepteren dat er nog zoveel is dat we niet begrijpen, hoeveel minder angst zou er dan hoeven te bestaan bij de levenden en de overledenen.

Het kind dat ‘s avonds in bed zo bang is omdat het iets ziet dat wij niet zien en de volwassene die stemmen hoort die wij niet horen, neem hen serieus! Laten wij ons meer bewust worden van het gevaar van verslavingen, die ons ontvankelijker maken voor entiteiten die ons kunnen gaan beïnvloeden. Hoeveel onmacht is er in de psychiatrie omdat men niet begrepen en gehoord wordt. Wij kunnen mensen die gaan overlijden beter gaan begeleiden, zodat ze niet angstig en eenzaam deze belangrijke overgang hoeven door te maken. Zodat ze bewust sterven en niet hoeven te blijven dwalen zoals veel anderen. Ik ben blij dat het boek van dr. Wickland opnieuw uitgegeven is, zodat hulpverleners en andere geïnteresseerden met de inhoud kunnen kennismaken, want de boodschap is nog even belangrijk voor ons als in 1937!

Voorburg, 31 december 2007

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *